Miroteka

Waarom hebben we schrikkeljaren?

Waarom hebben we schrikkeljaren?

Februari heeft meestal 28 dagen. Maar eens in de vier jaar krijgt hij er een dag bij, 29 februari. Zo’n jaar heet een schrikkeljaar.

Een dag is één draai

De aarde draait als een tol. Van middag tot middag draait ze één keer rond ten opzichte van de zon, en dat is één dag. De kalender telt alleen hele dagen.

Een jaar is één rondje

Ondertussen draait de aarde om de zon. Eén rondje duurt een jaar. In die tijd wisselen lente, zomer, herfst en winter elkaar af.

Het komt niet uit

Van lente tot lente duurt het geen rond aantal dagen. Het duurt 365 dagen, 5 uur en 49 minuten. Na 365 dagen moet de aarde dus nog bijna een kwart dag verder.

De kalender zou verschuiven

Als elk jaar maar 365 dagen had, zou de lente elk jaar bijna 6 uur later beginnen. Na 4 jaar een dag, na 120 jaar een maand. Over zo’n 600 jaar zou Kerstmis midden in de zomer vallen.

Caesar voegt een dag toe

In de tijd van Julius Caesar was de Romeinse kalender een rommeltje. Priesters schoven er hele maanden in wanneer het hun uitkwam, en hij liep zo’n drie maanden uit de pas met de seizoenen. Caesar voerde daarom een nieuwe, juliaanse kalender in: een jaar heeft 365 dagen en elk vierde jaar een dag extra, omdat vier ontbrekende kwart dagen samen één hele dag vormen. Om de kalender recht te trekken, duurde het jaar 46 voor Christus 445 dagen.

Een kwart dag is iets te veel

Caesars kalender maakte het probleem veel kleiner, maar loste het niet op. Een jaar is namelijk niet 6 volle uren langer dan 365 dagen, maar slechts 5 uur en 49 minuten. De schrikkeldagen voegen dus elk jaar 11 minuten te veel toe, en de lente komt in de kalender steeds een tikje eerder, alleen veel langzamer dan vroeger. In een mensenleven merkt niemand het, maar na 128 jaar is het een hele dag en na 1.000 jaar bijna acht.

Tien dagen die er niet waren

De lente kwam in de kalender dus steeds vroeger. In de zestiende eeuw begon ze al op 11 maart in plaats van op 21 maart, waar ze in het jaar 325 viel, toen de kerk de regels voor Pasen vastlegde. Vooral de kerk had er last van: de datum van Pasen wordt berekend vanaf het begin van de lente, en met de verschoven kalender schoof Pasen daarvan weg. Paus Gregorius XIII liet daarom in 1582 tien dagen schrappen: na donderdag 4 oktober kwam meteen vrijdag 15 oktober.

De regel voor eeuwen

Zo ontstond onze gregoriaanse kalender, genoemd naar paus Gregorius. Daarin is een jaar dat deelbaar is door 4 een schrikkeljaar. Is het deelbaar door 100, dan niet, en is het deelbaar door 400, dan weer wel. Daarom was 2000 een schrikkeljaar, maar wordt 2100 dat niet. Caesars kalender voegt in 400 jaar namelijk zo’n drie dagen te veel toe, en de nieuwe regel laat precies die drie dagen weg.

Ook nu klopt het niet helemaal

Ook de gregoriaanse kalender is niet perfect. Zijn jaar duurt gemiddeld 365 dagen, 5 uur, 49 minuten en 12 seconden, het echte jaar preciezer gezegd 365 dagen, 5 uur, 48 minuten en 45 seconden. Er blijft dus 27 seconden per jaar over en de kalender verschuift nog steeds, maar pas na zo’n 3.200 jaar een hele dag.

Dus waarom hebben we schrikkeljaren?

Omdat de aarde in 365 dagen en bijna 6 uur om de zon gaat en de kalender alleen hele dagen kent. Dankzij schrikkeljaren begint de lente nog steeds rond 21 maart. Met de regel voor eeuwen loopt de kalender in 3.200 jaar maar ongeveer een dag uit de pas.